Voorbij de ontwerpdag.

Een warmteverliesberekening toetst één koude toestand. Wij rekenen daarna elk uur van negentien echte jaren door.

Met de warmtepomp en de radiatoren of vloerverwarming die er hangen of die u overweegt, ruimte per ruimte, en met het gemeten weer op de locatie. U krijgt een rapport met dimensioneringsnota, een onderbouwd advies en een online dossier om varianten te vergelijken.

Stookuren per buitentemperatuur
Stookuren6.288
Op −7 °C of kouder56 uur
Tussen 0 en 12 °C60 %
Elk uur van het stookseizoen (dagen met een daggemiddelde tot 15 °C), centraal België, ERA5 via PVGIS 2005–2023. De blauwe band is het bereik van de ontwerpbuitentemperatuur in de norm. Wij rekenen elke staaf door, voor de locatie van uw dossier.
Dimensioneringsnota volgens NBN EN 12831-1 Jaarsimulatie over 19 weerjaren Advies op concrete toestellen Online dossier met varianten en kosten

In het kort

  • Een warmteverliesberekening volgens NBN EN 12831-1 levert het ontwerpvermogen per ruimte. Die berekening maken wij in elk dossier, want ze is de basis voor de EPB-dimensioneringsnota en voor de keuze van de installatie. Hoe die installatie een heel stookseizoen presteert, zegt ze niet.
  • Daarom rekenen wij elk dossier ook uur per uur door, met het weer op de locatie over negentien jaar (2005–2023). Het oordeel komt uit het koudste jaar, verbruik en kosten uit het gemiddelde van alle jaren.
  • Wij rekenen met concrete toestellen: elke warmtepomp met haar eigen vermogen en COP bij elke buiten- en aanvoertemperatuur, elke radiator, vloerverwarming en ventiloconvector met wat hij bij die aanvoertemperatuur levert.
  • Per ruimte ziet u of de installatie het haalt. Zo tonen wij waar ze tekortschiet, en ook waar een kleinere warmtepomp of een lagere watertemperatuur volstaat.
  • U krijgt één rapport met de dimensioneringsnota (hoofdstuk 9) en de jaarsimulatie (hoofdstuk 11), en een online dossier waarin u of uw klant varianten en kosten over de jaren vergelijkt.

1 · De norm

Wat de norm berekent, en wat niet

NBN EN 12831-1 met de Belgische nationale bijlage is de rekenmethode voor het ontwerpwarmteverlies van een gebouw. Ze is nodig en ze is goed. Ze beantwoordt alleen een smallere vraag dan de meeste mensen denken.

Per ruimte telt de norm het verlies door wanden, vloeren, daken en ramen, het verlies door ventilatie en infiltratie, en waar nodig een toeslag om na een temperatuurverlaging weer op te warmen. Dat alles bij één vaste ontwerpbuitentemperatuur, die in België naargelang de ligging tussen −7 en −10 °C ligt. De binnentemperatuur hangt af van het type ruimte.

Het resultaat is het ontwerpvermogen: hoeveel watt elke ruimte nodig heeft in die ene koude toestand. De EPB-verslaggever gebruikt het in de dimensioneringsnota. De installateur kiest er de warmteopwekker en de afgifte mee. Wij rekenen die norm volledig, ruimte per ruimte, vanuit een 3D-model dat wij uit de bouwplannen opbouwen in Effiheat, onze eigen rekensoftware.

Waar de norm ophoudt

De norm is een ontwerpregel, bewust eenvoudig en aan de veilige kant. Ze kijkt naar één moment, zonder zon, zonder de warmte van bewoners en toestellen, en zonder de massa van het gebouw. De vragen die voor een warmtepomp het meest tellen, blijven daardoor open. In elk dossier beantwoorden wij ze:

  • Hoeveel levert deze warmtepomp bij −7 °C buiten en 45 °C aanvoer?Een lucht-waterwarmtepomp levert minder naarmate het kouder wordt, net wanneer er het meest nodig is.
  • Wat is de COP in november, bij 8 °C en in deellast?Daar draait een warmtepomp de meeste uren van het jaar.
  • Houdt de bestaande radiator in de badkamer het bij 45 °C? En bij 40 °C?
  • Hoeveel uur per jaar komt een ruimte tekort, en hoeveel graden zakt ze dan?
  • Wat kost het, in kWh en in euro, en in vergelijking met de ketel van vandaag?

De grafiek bovenaan maakt de schaal zichtbaar. In 2010, het koudste jaar van de reeks, telde het stookseizoen 6.288 uur. Daarvan waren er 56 op −7 °C of kouder. Gemiddeld over negentien jaar zijn dat er 16. Ruim 70 % van de stookuren ligt tussen 0 en 12 °C. Daar wordt het verbruik bepaald, en daarover zegt het ontwerppunt niets.

WarmteverliesberekeningWat wij daarbovenop doorrekenen
TijdEén ontwerptoestandElk uur van het stookseizoen, 19 jaar
BuitentemperatuurVaste ontwerpwaarde voor de liggingUurwaarden voor de locatie, 2005–2023
Zon en interne warmteNiet meegerekendPer uur afgetrokken van het verlies
GebouwmassaNiet meegerekendVangt korte pieken op, per ruimte
WarmteopwekkerMoet het totale ontwerpvermogen halenVermogen en COP per buiten- en aanvoertemperatuur
AfgifteVermogen bij het ontwerpregimeVermogen bij de aanvoertemperatuur van dat uur
ResultaatWatt per ruimte: voldoet of te kleinDekking, uren tekort, verbruik, SCOP en kosten
In het rapportHoofdstuk 5 en 9Hoofdstuk 11

2 · De jaarsimulatie

Wat wij daarna doorrekenen

Wij nemen het gebouwmodel van de normberekening en laten er negentien jaar gemeten weer overheen lopen. Elk uur doorloopt dezelfde zes stappen.

  1. WeerDe buitentemperatuur van dat uur, op de locatie van het dossier.
  2. WarmtevraagPer ruimte het verlies bij die temperatuur, min zon en interne warmte.
  3. AanvoerDe laagste watertemperatuur waarbij elke ruimte haar vraag nog haalt.
  4. AfgifteWat elke radiator, vloer of ventiloconvector bij die aanvoer levert.
  5. OpwekkerVermogen en COP van de warmtepomp bij die buiten- en aanvoertemperatuur.
  6. ResultaatkWh stroom of brandstof, de kost, en of elke ruimte op temperatuur bleef.

× 8.760 uur × 19 jaarKomt de opwekker tekort in stap 5, dan zakt de aanvoer en worden stap 3 en 4 opnieuw gerekend.

Het weer van de locatie

Wij rekenen met de uurtemperatuur op de locatie van uw dossier, over negentien jaar (2005–2023), uit de ERA5-heranalyse van Copernicus via PVGIS van de Europese Commissie. Het jaar met het koudste uur bepaalt ons oordeel: haalt een installatie dat jaar, dan haalt ze de andere ook. Verbruik en kosten geven wij als gemiddelde over alle jaren, met de kosten van het koudste jaar ernaast.

De warmtevraag per ruimte

Het verlies per uur volgt uit hetzelfde gebouwmodel als de normberekening: dezelfde wanden, ramen, U-waarden en ventilatie, nu bij de buitentemperatuur van dat uur. Daarvan trekken wij de zonnewinst door de ramen en de interne warmte van bewoners en toestellen af. Ruimtes wisselen warmte uit met hun buren door de gemeenschappelijke wanden, en elke ruimte heeft haar eigen thermische massa. Een kort piekuur leidt daardoor niet meteen tot een koude kamer. Sanitair warm water rekenen wij mee waar dat gevraagd is, met voorrang op de verwarming.

Een tekort is een temperatuur

Komt een installatie een uur tekort, dan zakt de binnentemperatuur, en wij rekenen uit hoe ver. Per ruimte ziet u hoeveel uur ze meer dan 0,5 en 1 °C onder het setpunt zat, op hoeveel dagen dat voelbaar was en hoe koud ze werd. Een ruimte die een halve graad inlevert op het koudste uur van het decennium, is iets anders dan een ruimte die elke winterochtend koud is.

Het koudste jaar uur per uur in het demodossier: de warmte per toestel, de buitentemperatuur, en daaronder de COP en de aanvoertemperatuur van elk uur.Vergroot
Uit het online dossier van de demowoning: 2010 uur per uur. Groen en blauw is de warmte per toestel, de lijn de buitentemperatuur, onderaan de COP en de aanvoertemperatuur van elk uur. Rood zou een uur tekort zijn.

3 · Concrete toestellen

Met de echte toestellen

Wij rekenen niet met het nominale vermogen uit een folder. Het vermogen en het rendement van een warmtepomp hangen af van twee temperaturen tegelijk: die van de buitenlucht en die van het water.

Daarvoor houden wij een eigen database bij met ruim 140 toestellen, zodat ons advies over concrete modellen gaat:

  • lucht-water- en bodem-waterwarmtepompen van onder meer Daikin, Vaillant, NIBE, Bosch en Buderus;
  • airco’s, dus lucht-luchtwarmtepompen, van Daikin, Mitsubishi, Toshiba en Fujitsu;
  • ventiloconvectoren van Jaga, Radson en Vasco;
  • gascondensatieketels, mazoutketels, pellet-, hout- en gaskachels en elektrische radiatoren;
  • radiatorreeksen van Brugman, Henrad, Purmo, Radson, Vasco en Stelrad.

Voor elke warmtepomp nemen wij het vermogen en de COP over bij verschillende buitentemperaturen en aanvoertemperaturen, zoals de fabrikant ze publiceert: meetpunten volgens EN 14511 en EN 14825, Heat Pump KEYMARK en de datasheets. Bij elk toestel noteren wij de herkomst van de cijfers.

Moet een dossier rekenen boven het gepubliceerde bereik, dan extrapoleren wij voorzichtig en tonen wij dat gestippeld. Warmtepompen zonder gepubliceerd meetpunt op −7 °C of kouder gebruiken wij niet voor een advies.

Voor de afgifte werken wij net zo. Radiatoren rekenen met hun vermogen volgens EN 442 en de exponent van hun eigen reeks, ventiloconvectoren met de EN 16430-curve van de fabrikant, vloerverwarming volgens EN 1264. Airco’s tellen met hun vermogen bij −7 °C buiten, niet met de cataloguswaarde bij 7 °C.

COP en vermogen van de Daikin Altherma 3 EBLA09DW1 per aanvoertemperatuur (35, 45, 55 en 60 °C) tegenover de buitentemperatuur, met 7,76 kW bij −7 °C en 9,00 kW bij 7 °C.Vergroot
De warmtepomp van de demowoning: COP en vermogen per aanvoertemperatuur. Dik is de ontwerpaanvoer, gestippeld is geëxtrapoleerd boven de datasheet.

Voor de koudste uren rekenen wij met wat er echt hangt: de ingebouwde elektrische bijverwarming van de warmtepomp, een ketel in hybride opstelling, of een reservetoestel per ruimte zoals een elektrische radiator, een airco of een kachel. Elk met zijn eigen rendement en tarief.

In het verbruik rekenen wij ook het afgifterendement mee, zoals de EPB-regels dat doen: 0,96 voor watergedragen afgifte, 0,88 voor warme lucht, 0,87 voor een lokale kachel. De SCOP in ons rapport is daardoor die van dit toestel in dit gebouw met dit weer. In het demodossier is dat 4,60, tegenover 4,82 op het label van de warmtepomp.

4 · Per ruimte

Elke ruimte, elk uur getoetst

In de simulatie krijgt elk uur de laagste aanvoertemperatuur waarbij elke ruimte haar vraag van dat uur nog haalt. De ruimte die de hoogste temperatuur vraagt, bepaalt de aanvoer voor het hele circuit.

Komt de warmtepomp tekort, dan zakt de aanvoertemperatuur en levert elk element wat het bij die lagere temperatuur nog kan. Ruimtes met krappe afgifte zakken eerst en het diepst, ruim bemeten ruimtes blijven op temperatuur. Staat er in een ruimte een reservetoestel, dan rekenen wij per uur de goedkoopste combinatie van aanvoertemperatuur en bijverwarming.

Per ruimte vindt u in het rapport drie getallen. Nodig is het ontwerpverlies volgens de norm, dezelfde waarde als in de dimensioneringsnota. Afgifte is wat de elementen bij de ontwerpaanvoer leveren. Daarnaast de uren en dagen dat de ruimte te koud werd in het koudste jaar. Daaruit volgt ons oordeel:

  • voldoetDe ruimte blijft het hele koudste jaar op temperatuur.
  • krapEnkele uren tot 1 K te koud, of te klein volgens de norm maar toch gedekt in de simulatie.
  • tekort2 K of meer onder het setpunt, of meer dan 10 uur per jaar meer dan 1 K eronder.
De ruimtes van het demodossier met nodig en beschikbaar vermogen, een jaargrafiek per ruimte en het oordeel: zes keer voldoet, het bureau krap.Vergroot
In het online dossier heeft elke ruimte haar eigen jaar. Het bureau staat op krap.

Het rapport en het online dossier tonen per ruimte hetzelfde oordeel en dezelfde verbruiks- en kostcijfers, uit één en dezelfde berekening. Wat de installateur in het rapport leest, ziet de klant online.

5 · Een voorbeeld

Te klein volgens de norm, gedekt in het koudste jaar

De demowoning op onze website heeft een ontwerpvermogen van 8,79 kW. Een Daikin Altherma 3-warmtepomp verwarmt de living, keuken, badkamer, berging en het bureau. In de twee slaapkamers hangt een Daikin Perfera-airco. Zo staat het bureau in het rapport.

Volgens de dimensioneringsnota levert de vloerverwarming in het bureau 950 W tegenover een vraag van 965 W. Dat is 98 %, dus “te klein”, en de nota stelt voor om de legafstand te verkleinen, het regime iets te verhogen of een extra element te plaatsen. De jaarsimulatie laat zien dat het bureau in het koudste jaar van negentien geen enkel uur onder zijn setpunt zakte. Wij markeren het bureau daarom als krap, met beide cijfers erbij, en bespreken met de installateur of de eigenaar of een ingreep de moeite loont.

Het verschil komt uit wat de norm bewust weglaat: zon, interne warmte, de massa van het gebouw en de veiligheidstoeslagen van de ontwerpberekening. Voor de warmtepomp geldt hetzelfde. De simulatie toont hoeveel uur per jaar de ontwerpvraag echt voorkomt, en of een kleinere warmtepomp met bijverwarming of een ketel voor de koudste uren volstaat. Soms blijkt dat zo, soms niet. Wij tonen het, in uren en in euro.

Dekking100 %elk uur, ook in 2010 bij −11,9 °C
Verbruik3.695 kWhstroom per jaar
SCOP4,60in dit gebouw, met dit weer
Stookkost€ 1.293gemiddeld jaar · € 1.798 in 2010

6 · Watertemperatuur

De laagste watertemperatuur die het nog haalt

Hoe lager de aanvoertemperatuur, hoe hoger de COP. De vraag is welke ruimte een lagere temperatuur tegenhoudt.

In hoofdstuk 9 van het rapport staan de gehanteerde regimes voor vloerverwarming, radiatoren en ventiloconvectoren, en de rij “Aanvoer nodig voor de geplaatste elementen bij θe”. Daar staat welke aanvoertemperatuur de zwaarste ruimte vraagt, en welke ruimte dat is. In het voorbeeldrapport is dat het bureau. Hoofdstuk 7 geeft per radiator de laagste aanvoer waarbij hij de vraag haalt.

Zo zien wij meteen welke ruimte het hele circuit omhoog trekt. Vaak zijn dat er één of twee: een badkamer op 22 of 24 °C, een ruimte met veel glas, een radiator die te klein is. Daarna rekenen wij de alternatieven door die u wilt bekijken: een lager ontwerpregime, een grotere radiator of een ventiloconvector in die ene ruimte, een airco als aanvulling. Bij elke wijziging rekenen wij het hele jaar opnieuw door, zodat u de nieuwe aanvoertemperatuur, de SCOP, het verbruik en het comfort per ruimte naast elkaar ziet.

Zo wordt de keuze tussen “alle radiatoren vervangen” en “niets doen” een keuze per ruimte, met een prijs en een effect op het verbruik. Het regime waarvoor u kiest, nemen wij als ontwerpregime op in de dimensioneringsnota.

7 · Beslissen

Varianten, kosten en het online dossier

Varianten

Wij werken de varianten uit die u wilt vergelijken: een andere warmtepomp, een hybride opstelling met ketel, andere afgifte per ruimte, airco’s of ventiloconvectoren, extra isolatie en andere ramen, een ander ventilatiesysteem, andere temperaturen en regimes. Het gebouw blijft hetzelfde. Elke variant gaat door dezelfde uursimulatie, en op vraag maken wij het rapport per variant op.

Kosten over de jaren

Per variant nemen wij de investering over zoals ze op de offerte staat, inclusief btw en plaatsing, met de premie en de vaste jaarkosten zoals onderhoud of keuring. De energiekost volgt uit de simulatie, met de prijzen voor stroom, gas, pellets en stookolie die u opgeeft en een jaarlijkse prijsstijging. Zo ziet u de totale kost van elke optie, jaar na jaar, over een termijn tot 30 jaar, met de terugverdientijd tegenover het vertrekpunt.

Het tabblad Varianten en kosten: termijn 30 jaar, prijsstijging 2 % per jaar, energieprijzen, de totale kost van het dossier over 30 jaar en een tabel met investering, energie per jaar, kost na 30 jaar, terugverdientijd, dekking en vermogen.Vergroot
Uit het online dossier, tabblad “Varianten & kosten”: investering − premie + energie + vaste kosten, jaar na jaar. Elke variant krijgt een eigen lijn en een eigen rij.

De uitkomst is niet altijd een verkoopargument. Op onze WoningScan-pagina staat een voorbeeld waarin extra muurisolatie zich bij de ingevulde prijzen niet binnen 30 jaar terugverdient. Ook dat antwoord geven wij liever vóór de werken beginnen.

Het online dossier

Bij elk dossier hoort een link, zonder account. De ontvanger ziet het 3D-model, de plattegronden, het warmteverlies per ruimte, de jaarsimulatie en de kostenvergelijking, ook op een telefoon. Wie het dossier opent, kan zelf varianten proberen: een andere warmtepomp, afgifte per ruimte aan- of uitzetten, airco’s of ventiloconvectoren toevoegen, isolatie, ventilatie en temperaturen aanpassen. Elke variant wordt volledig doorgerekend, en het dossier zoals wij het opleverden verandert niet.

In het online dossier zit ook een assistent die vragen over de woning beantwoordt, zoals “kan ik mijn radiatoren behouden met een warmtepomp?”. De assistent kan varianten opzetten en tot acht scenario’s tegelijk vergelijken. Voor de beslissing zelf staan wij klaar.

Probeer het zelfOpen het online dossier van de demowoning

8 · Overstappen

Van mazout naar warmtepomp, stap voor stap

Stookolie is duur, en veel woningen stoken er nog op. De vraag die wij het vaakst krijgen: kan hier een warmtepomp, met de radiatoren die er hangen? En wat levert het op?

Een eerste indicatie staat in elk dossier: dezelfde warmtevraag naast één enkel systeem, met standaardrendementen en de energieprijzen van het dossier. Voor de demowoning ziet dat er zo uit:

Eén systeem voor de hele woningVerbruik per jaarKost per jaar
Warmtepomp (SCOP 4,45)3.907 kWh stroom€ 1.367
Gascondensatieketel18.286 kWh gas€ 2.011
Mazoutketel (klassiek)21.715 kWh · 2.172 l stookolie€ 2.172
Pelletketel20.438 kWh pellets€ 1.635
Elektrische verwarming17.372 kWh stroom€ 6.080
Werkelijke opstelling, uur per uur doorgerekend (warmtepomp + 2 airco’s)€ 1.293

Energieprijzen van het dossier: stroom € 0,35/kWh, gas € 0,11/kWh, pellets € 0,08/kWh, stookolie € 1,00/l. Wij rekenen met de prijzen die voor u gelden.

Voor een echte overstap vertrekken wij van de bestaande installatie. De mazoutketel en de huidige radiatoren gaan in het dossier, en wij rekenen hun verbruik uit in kWh en in liter stookolie. Elke stap daarna werken wij uit als variant, met zijn eigen investering, verbruik en terugverdientijd tegenover vandaag.

Hybride: warmtepomp naast de ketel

De ketel blijft en springt bij in de koudste uren, of wanneer de gevraagde aanvoer boven het maximum van de warmtepomp ligt. Wij rekenen door welke bron per uur het goedkoopst is, of waar het bivalentiepunt best ligt.

U ziet: hoeveel van de warmte de warmtepomp levert en hoeveel liter stookolie er nog overblijft.

Warmtepomp op de bestaande radiatoren

De ketel gaat eruit, de radiatoren blijven. Zijn de radiatoren niet gekend, dan rekenen wij met standaard paneelradiatoren per type en afmeting, zoals ze ter plaatse hangen.

U ziet: per ruimte de nodige aanvoertemperatuur, en welke ruimtes als eerste tekortschieten en hoe vaak.

Gericht vervangen

Alleen de radiatoren die de aanvoer omhoog trekken, worden groter of worden een ventiloconvector. De hele installatie draait daardoor op een lagere temperatuur.

U ziet: wat die paar ruimtes kosten tegenover de winst in SCOP en verbruik.

Aanvullen met airco’s

Lucht-luchtwarmtepompen in bijvoorbeeld de slaapkamers, naast of in plaats van water. Bestaande airco’s nemen wij mee in de berekening, zoals in het demodossier.

U ziet: per toestel de warmte, het verbruik en de kost per kWh warmte.

Eerst isoleren

Dak, muren of ramen verlagen de vraag. Daarna kan de warmtepomp kleiner of de watertemperatuur lager.

U ziet: wat de isolatie op zich oplevert en wat ze verandert aan de keuze van de warmtepomp.

Werkt u liever in fasen, dan zetten wij elke fase als aparte variant naast de andere: eerst hybride, later volledig elektrisch na het dakwerk, bijvoorbeeld. Zo ziet u per fase wat ze oplevert tegenover vandaag, wat het eindpunt kost en wanneer het terugverdiend is.

9 · Voor wie

Eén dossier, drie lezers

EPB-verslaggevers en energiedeskundigen

  • Een dimensioneringsnota volgens NBN EN 12831-1 met Belgische bijlage, als EPB-stavingsstuk.
  • Per ruimte de nodige aanvoertemperatuur, zodat het ontwerpregime zo laag mogelijk kan.
  • Een onderbouwd advies voor uw bouwheer: welke installatie het haalt, wat ze verbruikt en wat ze kost.
Over de dimensioneringsnota

Installateurs

  • Een warmtepomp gekozen op haar echte curve, in dit gebouw en met dit weer, zonder marges op marges.
  • Vóór de offerte weten welke radiatoren blijven en welke vervangen moeten worden.
  • Een rapport en een online dossier die uw klant zelf kan bekijken en uitproberen.
Verwarmingsontwerp en warmtepomp

Eigenaars

  • Onafhankelijk advies voordat u investeert.
  • Warmtepomp, airco, hybride of eerst isoleren, naast elkaar en met de kosten over de jaren.
  • Een concreet vertrekpunt voor het gesprek met uw installateur.
De Effiheat WoningScan

10 · Samenwerken

Wat u aanlevert en wat u ontvangt

Wat u aanlevert

  • Grondplannen, gevels en snedes, met de oriëntatie van de woning
  • Isolatiewaarden of het EPB-verslag, als dat er is
  • De bestaande of geplande installatie: toestel, radiatoren, vloerverwarming, airco’s
  • Offertes en energieprijzen, als u varianten op kosten wilt vergelijken

Niet alles bij de hand? Stuur door wat u hebt. Ontbreekt er iets, dan zoeken wij het uit, ter plaatse als het moet.

Wat u ontvangt

  • Een pdf-rapport met het warmteverlies per ruimte en de dimensioneringsnota als EPB-stavingsstuk
  • De jaarsimulatie: dekking, verbruik en kosten, per ruimte en per toestel
  • Een online dossier met 3D-model, varianten en kostenvergelijking, om te delen met uw klant
  • Toelichting door wie het dossier maakte

U spreekt rechtstreeks met wie uw dossier maakt.

11 · Transparant

Onze aannames

Een simulatie blijft een model. Wij bouwen het op gemeten weer, fabrieksgegevens en het echte gebouw, en wij noteren elke aanname in het rapport. Dit zijn de belangrijkste:

WeerHet gemeten verleden, 2005–2023, geen voorspelling. De zon rekent met de klimatologische instraling van Ukkel per oriëntatie, zonder bewolking per uur.
SetpuntenDe ontwerptemperatuur per ruimte, de hele dag. Nachtverlaging zit niet in de simulatie.
ToestellenPrestaties uit de gegevens van de fabrikant. Buiten het gepubliceerde bereik geëxtrapoleerd en zo aangeduid.
KostenInvestering, premie en energieprijzen zijn invoer, met één prijs per kWh stroom. Wijzigen ze, dan rekent de vergelijking mee.

Het resultaat is een raming. Wel een raming die u kunt narekenen, omdat elke aanname in het dossier staat.