Voor elektriciens, studiebureaus en bouwheren
Vermogenberekening en aansluitvermogen
Hoeveel vermogen vraagt uw installatie werkelijk, en welke aansluiting hoort daarbij? Wij rekenen het uit volgens het AREI, met de herkomst van elk getal erbij.
Zo ziet het resultaat eruit
Een woning met 39 verbruikers. Het advies staat vooraan, met de reden erbij en de bron waarop het steunt.
Meer dan een halvering tussen wat er hangt en wat er tegelijk getrokken wordt. Wie op het geïnstalleerd vermogen dimensioneert, vraagt een veel te zware en veel te dure aansluiting aan. Wie de fasen beter verdeelt, kan hier zelfs een sport lager.
Wat is een vermogenberekening?
Een vermogenberekening bepaalt hoeveel elektrisch vermogen een installatie werkelijk vraagt, en welk aansluitvermogen daarbij hoort. Alles optellen wat aangesloten is, volstaat niet: dat geeft het geïnstalleerd vermogen, en dat staat nooit allemaal tegelijk aan.
Door per verbruiker rekening te houden met hoeveel van het naamplaatvermogen echt getrokken wordt en met hoe vaak het toestel samen met de rest aan staat, komt u tot het gelijktijdig vermogen. Dat is het getal waarop een aansluiting gedimensioneerd wordt, en dat de netbeheerder in kVA wil zien.
Waarvoor dient ze?
Vier situaties waarin het getal het verschil maakt tussen een dossier dat klopt en een factuur die tegenvalt.
De juiste aansluiting aanvragen
De netbeheerder werkt met vaste sporten. Vraagt u te zwaar aan, dan betaalt u voor vermogen dat u nooit gebruikt. Te licht, en u zit vast zodra er een warmtepomp of laadpaal bij komt.
Volstaat mijn bestaande aansluiting nog?
Bij een uitbreiding met warmtepomp, laadpaal of zonnepanelen is dat de eerste vraag. De berekening geeft het antwoord vóór de installatie besteld is, niet erna.
De belasting over de fasen verdelen
Een aansluiting wordt per fase beveiligd, niet op het totaal. Eén overbelaste fase tilt de hele aansluiting een sport hoger, ook als het totaal ruim past.
Basis voor het elektrisch ontwerp
Bij meergezinswoningen, utiliteitsbouw en industrie steunt het volledige ontwerp erop: de hoofdverdeling, de kabelsecties, de beveiligingen.
Hoe wordt ze opgesteld?
In vier stappen, met per stap de aannames die erin zitten. Elke aanname staat in het rapport met haar herkomst, zodat de netbeheerder, de keurder en uw klant kunnen nagaan waar elk getal vandaan komt.
- 1
Alle verbruikers in kaart
Per ruimte en per kring: lichtpunten, stopcontacten, vaste toestellen, de ketel, de ventilatie. Uit het eendraadschema of het grondplan bij nieuwbouw, uit een opmeting bij een bestaande installatie.
- 2
Omrekenen naar schijnbaar vermogen
Het actief vermogen in watt gedeeld door de arbeidsfactor cos φ geeft het schijnbaar vermogen in VA. Een aansluiting wordt in kVA uitgedrukt, niet in kW.
- 3
Factoren toepassen per verbruiker
De gebruiksfactor ku en de gelijktijdigheidsfactor ks. Samen brengen ze het geïnstalleerd vermogen terug tot wat er realistisch tegelijk getrokken wordt.
- 4
Per fase optellen en de aansluiting bepalen
Elke kring hangt aan een fase. De zwaarst belaste fase bepaalt de stroom, en die stroom bepaalt welke sport van het aansluitvermogen u nodig hebt.
Gelijktijdigheidsfactoren: ku en ks
De gebruiksfactor ku zegt hoeveel van het naamplaatvermogen een toestel werkelijk trekt. Een motor die zelden op vol vermogen draait, haalt zijn kenplaat nooit.
De gelijktijdigheidsfactor ks zegt hoe vaak dat toestel samen met de rest aan staat. Aan alle stopcontacten van een woning hangt zelden tegelijk iets, dus die krijgen een lage ks. Een ventilator die continu draait krijgt ks 1; daar valt niets af te trekken.
Welke normen wij toepassen
Een vermogenberekening steunt op een handvol referenties. Wij vermelden ze in het rapport bij het getal waarvoor ze gebruikt zijn, zodat de keurder, de netbeheerder en uw klant kunnen nagaan waar elke waarde vandaan komt.
- AREI Boek 1, afdeling 3.2.1
- De gebruiksfactor en de gelijktijdigheidsfactor, en het principe dat de aansluiting op het gelijktijdig vermogen gedimensioneerd wordt.
- UTE C 15-105, Tableau AC
- De referentiewaarden voor de gelijktijdigheid per soort verbruiker, zoals de Belgische praktijk ze hanteert.
- Synergrid C1/107
- Een zo gelijkmatig mogelijke verdeling over de fasen (§5.2.2) en de omrekening naar schijnbaar vermogen (bijlage 5).
- Fluvius aansluittarieven (TRDE art. 2.2.8 §2)
- De sporten van het aansluitvermogen waaruit het advies volgt.
Waarden die niet uit een van deze bronnen komen, zoals een standaardvermogen voor een toestel zonder kenplaat, staan als aanname in het rapport, zodat u ze voor uw dossier kunt vervangen.
Wat u krijgt
Een rapport dat de keurder, de netbeheerder en uw klant alle drie kunnen lezen: het besluit vooraan, de onderbouwing per verbruiker erachter. Als pdf, met het bronbestand erbij.
Onze software
Berekend in Sparki, vanuit het eendraadschema
Wij maken de vermogenberekening in Sparki, onze eigen software. Ze vertrekt vanuit het eendraadschema: de verbruikers die op het schema staan, zijn meteen de invoer van de berekening, met de fase waar hun kring aan hangt. Het resultaat komt met de fasenverdeling, de aannames en hun bron.
Wij maken Sparki via ByteBolt, ons gereedschapsmerk, ook voor iedereen beschikbaar. U krijgt bij elk dossier het Sparki-bestand.
Veelgestelde vragen
Wat is een vermogenberekening?
Waarvoor heb ik een vermogenberekening nodig?
Wat is het verschil tussen geïnstalleerd en gelijktijdig vermogen?
Wat zijn de gebruiksfactor (ku) en de gelijktijdigheidsfactor (ks)?
Welke normen gebruiken jullie voor de factoren?
Waarom is de verdeling over de fasen belangrijk?
Kan ik het zelf berekenen?
Vermogenberekening nodig?
Stuur uw grondplan of uw eendraadschema door, dan bekijken wij samen wat het dossier nodig heeft.