Voor elektriciens, studiebureaus en bouwheren

Vermogenberekening en aansluitvermogen

Hoeveel vermogen vraagt uw installatie werkelijk, en welke aansluiting hoort daarbij? Wij rekenen het uit volgens het AREI, met de herkomst van elk getal erbij.

Woningen
Nieuwbouw & renovatie
Meergezins
Appartementen & collectief
Utiliteit
Kantoren & industrie
Resultaatscherm van een vermogenberekening in Sparki: geadviseerde aansluiting 3N400V 20 A, geïnstalleerd en gelijktijdig vermogen en de verdeling over de fasen

Zo ziet het resultaat eruit

Een woning met 39 verbruikers. Het advies staat vooraan, met de reden erbij en de bron waarop het steunt.

Geadviseerde aansluiting 3N400V 20 A (13,9 kVA) met de motivering, en daaronder geïnstalleerd 17,9 kVA, gelijktijdig 7,6 kVA en stroom 11,4 A
Geïnstalleerd 17,9 kVA, gelijktijdig 7,6 kVA. De zwaarste fase trekt 11,4 A en bepaalt de sport: 3N400V 20 A. Klik om te vergroten.

Meer dan een halvering tussen wat er hangt en wat er tegelijk getrokken wordt. Wie op het geïnstalleerd vermogen dimensioneert, vraagt een veel te zware en veel te dure aansluiting aan. Wie de fasen beter verdeelt, kan hier zelfs een sport lager.

Wat is een vermogenberekening?

Een vermogenberekening bepaalt hoeveel elektrisch vermogen een installatie werkelijk vraagt, en welk aansluitvermogen daarbij hoort. Alles optellen wat aangesloten is, volstaat niet: dat geeft het geïnstalleerd vermogen, en dat staat nooit allemaal tegelijk aan.

Door per verbruiker rekening te houden met hoeveel van het naamplaatvermogen echt getrokken wordt en met hoe vaak het toestel samen met de rest aan staat, komt u tot het gelijktijdig vermogen. Dat is het getal waarop een aansluiting gedimensioneerd wordt, en dat de netbeheerder in kVA wil zien.

Waarvoor dient ze?

Vier situaties waarin het getal het verschil maakt tussen een dossier dat klopt en een factuur die tegenvalt.

De juiste aansluiting aanvragen

De netbeheerder werkt met vaste sporten. Vraagt u te zwaar aan, dan betaalt u voor vermogen dat u nooit gebruikt. Te licht, en u zit vast zodra er een warmtepomp of laadpaal bij komt.

Volstaat mijn bestaande aansluiting nog?

Bij een uitbreiding met warmtepomp, laadpaal of zonnepanelen is dat de eerste vraag. De berekening geeft het antwoord vóór de installatie besteld is, niet erna.

De belasting over de fasen verdelen

Een aansluiting wordt per fase beveiligd, niet op het totaal. Eén overbelaste fase tilt de hele aansluiting een sport hoger, ook als het totaal ruim past.

Basis voor het elektrisch ontwerp

Bij meergezinswoningen, utiliteitsbouw en industrie steunt het volledige ontwerp erop: de hoofdverdeling, de kabelsecties, de beveiligingen.

Hoe wordt ze opgesteld?

In vier stappen, met per stap de aannames die erin zitten. Elke aanname staat in het rapport met haar herkomst, zodat de netbeheerder, de keurder en uw klant kunnen nagaan waar elk getal vandaan komt.

  1. 1

    Alle verbruikers in kaart

    Per ruimte en per kring: lichtpunten, stopcontacten, vaste toestellen, de ketel, de ventilatie. Uit het eendraadschema of het grondplan bij nieuwbouw, uit een opmeting bij een bestaande installatie.

  2. 2

    Omrekenen naar schijnbaar vermogen

    Het actief vermogen in watt gedeeld door de arbeidsfactor cos φ geeft het schijnbaar vermogen in VA. Een aansluiting wordt in kVA uitgedrukt, niet in kW.

  3. 3

    Factoren toepassen per verbruiker

    De gebruiksfactor ku en de gelijktijdigheidsfactor ks. Samen brengen ze het geïnstalleerd vermogen terug tot wat er realistisch tegelijk getrokken wordt.

  4. 4

    Per fase optellen en de aansluiting bepalen

    Elke kring hangt aan een fase. De zwaarst belaste fase bepaalt de stroom, en die stroom bepaalt welke sport van het aansluitvermogen u nodig hebt.

Verbruikerstabel per ruimte: component, kring, fase, aantal, vermogen in watt, cos φ, ku, ks en het gelijktijdig vermogen in VA
Stap 1 tot 3 in één tabel. Een stopcontact van 300 W met ks 0,20 telt voor 60 VA mee; een lichtpunt dat altijd aan kan staan houdt ks 1. Klik om te vergroten.

Gelijktijdigheidsfactoren: ku en ks

De gebruiksfactor ku zegt hoeveel van het naamplaatvermogen een toestel werkelijk trekt. Een motor die zelden op vol vermogen draait, haalt zijn kenplaat nooit.

De gelijktijdigheidsfactor ks zegt hoe vaak dat toestel samen met de rest aan staat. Aan alle stopcontacten van een woning hangt zelden tegelijk iets, dus die krijgen een lage ks. Een ventilator die continu draait krijgt ks 1; daar valt niets af te trekken.

Welke normen wij toepassen

Een vermogenberekening steunt op een handvol referenties. Wij vermelden ze in het rapport bij het getal waarvoor ze gebruikt zijn, zodat de keurder, de netbeheerder en uw klant kunnen nagaan waar elke waarde vandaan komt.

AREI Boek 1, afdeling 3.2.1
De gebruiksfactor en de gelijktijdigheidsfactor, en het principe dat de aansluiting op het gelijktijdig vermogen gedimensioneerd wordt.
UTE C 15-105, Tableau AC
De referentiewaarden voor de gelijktijdigheid per soort verbruiker, zoals de Belgische praktijk ze hanteert.
Synergrid C1/107
Een zo gelijkmatig mogelijke verdeling over de fasen (§5.2.2) en de omrekening naar schijnbaar vermogen (bijlage 5).
Fluvius aansluittarieven (TRDE art. 2.2.8 §2)
De sporten van het aansluitvermogen waaruit het advies volgt.

Waarden die niet uit een van deze bronnen komen, zoals een standaardvermogen voor een toestel zonder kenplaat, staan als aanname in het rapport, zodat u ze voor uw dossier kunt vervangen.

Wat u krijgt

Een rapport dat de keurder, de netbeheerder en uw klant alle drie kunnen lezen: het besluit vooraan, de onderbouwing per verbruiker erachter. Als pdf, met het bronbestand erbij.

Rapportpagina Besluit: geïnstalleerd 17,9 kVA, gelijktijdig 7,6 kVA, zwaarste fase 11,4 A, onevenwicht 6 procent, tabel per fase en geadviseerd aansluitvermogen 3N400V 20 A
Het besluit: per fase de kringen, het gelijktijdig vermogen en de stroom, met het advies en de bron eronder. Klik om te vergroten.
Rapportpagina Verbruikers: per kring en ruimte de verbruikers met aantal, vermogen, cos φ, ku, ks en het geïnstalleerd en gelijktijdig vermogen
De onderbouwing: elke verbruiker met de gebruikte factoren, per kring en per ruimte. Klik om te vergroten.

Onze software

Berekend in Sparki, vanuit het eendraadschema

Wij maken de vermogenberekening in Sparki, onze eigen software. Ze vertrekt vanuit het eendraadschema: de verbruikers die op het schema staan, zijn meteen de invoer van de berekening, met de fase waar hun kring aan hangt. Het resultaat komt met de fasenverdeling, de aannames en hun bron.

Wij maken Sparki via ByteBolt, ons gereedschapsmerk, ook voor iedereen beschikbaar. U krijgt bij elk dossier het Sparki-bestand.

Veelgestelde vragen

Wat is een vermogenberekening?
Een vermogenberekening bepaalt hoeveel elektrisch vermogen een installatie werkelijk vraagt, en welk aansluitvermogen daarbij hoort. U telt niet gewoon alle toestellen op: dat geeft het geïnstalleerd vermogen, en dat staat nooit allemaal tegelijk aan. Door per verbruiker rekening te houden met de gebruiksfactor en de gelijktijdigheidsfactor komt u tot het gelijktijdig vermogen, en dat is het getal waar een aansluiting op gedimensioneerd wordt.
Waarvoor heb ik een vermogenberekening nodig?
Om de juiste aansluiting aan te vragen bij de netbeheerder, om te weten of een bestaande aansluiting nog volstaat na een uitbreiding met warmtepomp, laadpaal of zonnepanelen, en om de belasting correct over de fasen te verdelen. Bij grotere projecten, zoals meergezinswoningen, utiliteitsbouw en industrie, is het de basis waarop het volledige elektrische ontwerp steunt.
Wat is het verschil tussen geïnstalleerd en gelijktijdig vermogen?
Het geïnstalleerd vermogen is de kale som van alles wat aangesloten is. Het gelijktijdig vermogen houdt er rekening mee dat niet alles tegelijk en niet alles op vol vermogen draait. In een woningdossier met 39 verbruikers staat bijvoorbeeld 17,9 kVA geïnstalleerd tegenover 7,6 kVA gelijktijdig, meer dan een halvering. Wie op het geïnstalleerd vermogen dimensioneert, vraagt een veel te zware en veel te dure aansluiting aan.
Wat zijn de gebruiksfactor (ku) en de gelijktijdigheidsfactor (ks)?
De gebruiksfactor ku zegt hoeveel van het naamplaatvermogen een toestel werkelijk trekt. De gelijktijdigheidsfactor ks zegt hoe vaak het samen met de rest aan staat. Een stopcontact krijgt bijvoorbeeld een lage ks, want er hangt zelden aan alle stopcontacten tegelijk iets. Een ventilator die continu draait krijgt ks 1. Beide factoren staan met naam in AREI Boek 1, afdeling 3.2.1.
Welke normen gebruiken jullie voor de factoren?
AREI Boek 1, afdeling 3.2.1 voor de gebruiksfactor en de gelijktijdigheidsfactor zelf. Voor de waarden hanteren wij de referentie die de Belgische praktijk gebruikt: UTE C 15-105, Tableau AC. Voor de verdeling over de fasen en het schijnbaar vermogen volgen wij Synergrid C1/107, en voor de sporten van het aansluitvermogen de aansluittarieven van Fluvius. Elke bron staat in het rapport bij het getal waarvoor ze gebruikt is.
Waarom is de verdeling over de fasen belangrijk?
Een aansluiting wordt per fase beveiligd, niet op het totaal. Trekt één fase veel meer dan de andere twee, dan bepaalt die zwaarste fase welke aansluiting u nodig hebt. In datzelfde woningdossier vraagt de installatie 7,6 kVA, maar trekt de zwaarste fase 11,4 A, en dat tilt de aansluiting een sport hoger. Beter verdelen maakt een lichtere en goedkopere aansluiting mogelijk. Synergrid C1/107 §5.2.2 vraagt een zo gelijkmatig mogelijke verdeling, zonder er een getal op te plakken.
Kan ik het zelf berekenen?
Ja. Wij bouwden er onze eigen software voor: Sparki rekent de vermogenberekening uit vanuit het eendraadschema, met per regel de herkomst van elk getal erbij, en wij maken Sparki via ByteBolt voor iedereen beschikbaar. Wilt u het laten doen, of gaat het om een project waar de aansluiting een echte kostenpost is, dan nemen wij het over.

Vermogenberekening nodig?

Stuur uw grondplan of uw eendraadschema door, dan bekijken wij samen wat het dossier nodig heeft.